Categoriearchief: Opiniestukken

Het Belang van het Beveiligen van Kritische Infrastructuur

In de huidige wereld is het beveiligen van kritische infrastructuur van essentieel belang. Denk hierbij aan elektriciteitsinfrastructuur zoals transformatiestations of zonneparken, gasdistributie knooppunten, opslag van brandstoftanks en telecominfrastructuur zoals zendmasten of glasvezelkabelknooppunten. Deze infrastructuren vormen de ruggengraat van onze moderne samenleving en hun uitval kan verstrekkende gevolgen hebben.

Dreigingen en Risico’s

Er zijn twee belangrijke redenen waarom het beveiligen van deze infrastructuren cruciaal is. Ten eerste is er de toenemende geopolitieke spanning. Sabotage van kritieke infrastructuur is een reële dreiging geworden, ‘hybride oorlogsvoering’. In een tijd waarin internationale betrekkingen gespannen zijn, kunnen kwaadwillenden proberen om door middel van sabotage een land te destabiliseren. Dit kan leiden tot grootschalige stroomuitval, verstoring van gasleveringen of het stilleggen van telecommunicatienetwerken.

Ten tweede is er het economische klimaat. Door de stijgende prijzen van grondstoffen en de economische druk, worden onderdelen van kritieke infrastructuur steeds vaker gestolen. Koper, batterijen en andere kostbare materialen zijn gewilde doelen voor dieven. Deze diefstallen kunnen niet alleen leiden tot directe schade aan de infrastructuur, maar ook tot langdurige uitval en hoge herstelkosten.

Gevolgen van Uitval

Het uitvallen van kritieke infrastructuur is kostbaar. De directe kosten voor het herstellen van de infrastructuur zijn vaak hoog, maar de indirecte kosten kunnen nog veel hoger zijn. Denk hierbij aan de economische schade door stilgelegde productieprocessen, verloren werkuren en de impact op het dagelijks leven van burgers.

Oplossingen van Watchtower

Watchtower Security Solutions biedt innovatieve oplossingen voor het beveiligen van kritieke infrastructuur, zelfs op locaties zonder elektriciteit. Onze mobiele cameramasten en -boxen zijn uitgerust met geavanceerde detectietechnologieën, waaronder artificiële intelligentie, om indringers vroegtijdig te identificeren en te waarschuwen.

Onze oplossingen zijn flexibel en kunnen worden aangepast aan de specifieke behoeften van elke locatie. Of het nu gaat om een afgelegen transformatiestation of een druk gasdistributie knooppunt, Watchtower heeft de expertise en technologie om uw infrastructuur te beschermen.

Met Watchtower bent u verzekerd van een betrouwbare en effectieve beveiliging van uw kritieke infrastructuur.

Het beveiligen van leegstaand vastgoed: Een noodzaak voor eigenaren.

Leegstaand vastgoed brengt aanzienlijke financiële en veiligheidsrisico’s met zich mee. Zonder gepaste beveiligingsmaatregelen lopen eigenaars het risico op schade, juridische problemen en waardeverlies. Enkele recente voorbeelden tonen aan hoe reëel deze gevaren zijn.

Krakers:

Door het tekort aan betaalbare huisvesting, gecombineerd met inkomende vluchtelingenstromen waarvoor geen opvang voorzien is, worden leegstaande panden vaak gekraakt. Dit kan leiden tot onveilige situaties, schade aan het pand en de eigenaar kan niet langer over het pand beschikken als die een bouw- of sloopvergunning krijgt.

Krakers zijn immers grondwettelijk beschermd, omdat het hun woonst betreft. Krakers uitzetten is een lange en kostelijke juridische procedure. Bovendien worden bijvoorbeeld in het Brussels gewest gedurende de winterperiode geen krakers uitgezet, om geen bijkomende daklozen te creëren.

Brandstichting:

Vandalen of krakers kunnen brand veroorzaken, zoals blijkt uit verschillende incidenten waarbij brandversnellers werden gebruikt.

Vandalisme en vernielingen:

Leegstaande panden zijn vaak het doelwit van vandalisme: ingegooide ruiten, graffiti, …  wat kan resulteren in aanzienlijke schade en waardeverlies.

Sluikstorten:

Ongewenst afval wordt vaak gedumpt in of rondom leegstaande panden, wat kan leiden tot GAS-boetes voor de eigenaar.

Illegale raveparty’s:

Leegstaande panden worden soms gebruikt voor illegale feesten, wat niet alleen overlast veroorzaakt, maar ook schade aan het pand kan toebrengen.

Drugsopslag en -deals:

Leegstaande panden worden soms gebruikt voor illegale activiteiten zoals drugsopslag en -deals, wat ernstige juridische gevolgen kan hebben voor de eigenaar.

Ernstige misdrijven:

In sommige gevallen worden leegstaande panden het toneel van ernstige misdrijven zoals verkrachtingen of zelfs het dumpen van een lichaam, wat de veiligheid van de omgeving ernstig in gevaar brengt en onderdeel zal uitmaken van strafrechtelijke onderzoeken.

Financiële gevolgen voor eigenaren

De veiligheidsrisico’s van leegstaand vastgoed kunnen aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor eigenaren. De waarde van het pand kan dalen door schade en verwaarlozing. Daarnaast kunnen eigenaren geconfronteerd worden met GAS-boetes voor sluikstorten of verwaarlozing. Bovendien wil geen enkele eigenaar dat hun pand betrokken is bij illegale en ernstige strafrechtelijke zaken zoals drugs, verkrachtingen of zelfs moord.

Voorbeelden uit de praktijk, recente krantenartikelen eind 2024 – maart 2025

  • Brand in Evergem In de Vaartstraat-West in Evergem ontstond een uitslaande brand in een leegstaande woning. Onderzoek door een branddeskundige wees uit dat de brand opzettelijk was aangestoken met brandversnellers.
  • GAS-boete in Sint-Truiden De eigenaars van een leegstaand voormalig woonzorgcentrum in de stationsbuurt van Sint-Truiden kregen een GAS-boete voor het zwerfvuil dat voor het gebouw terechtkwam. De burgemeester benadrukte dat dit niet de laatste boete zal zijn voor dergelijke overtredingen.
  • Illegale Raveparty in Menen In een leegstaande loods in Menen vond een illegale raveparty plaats met ongeveer 500 feestvierders. De politie besloot uit veiligheidsoverwegingen het feest niet abrupt af te breken, maar de aanwezigen werden gecontroleerd op alcohol en drugs.
  • Zware Brand in Knokke-Heist Op het Matrozenplein in Knokke-Heist ontstond een zware brand die drie woningen verwoestte, waaronder twee leegstaande panden. Vijftien buurtbewoners moesten worden geëvacueerd.
  • Brand in Kraakpand in Kortrijk In een onbewoond kraakpand in Kortrijk brak brand uit nadat de elektriciteitskast was opengebroken. De aanwezigen stookten vuurtjes om zich te verwarmen, wat leidde tot de brand.

Conclusie

Het beveiligen van leegstaand vastgoed is van cruciaal belang om de veiligheid te waarborgen, financiële verliezen te voorkomen en (strafrechtelijke) aansprakelijkheid in te perken. Eigenaren moeten maatregelen nemen om hun panden te beschermen tegen krakers, vandalen en andere illegale activiteiten. Dat kan met de oplossingen van Watchtower.

Bij Watchtower bieden we flexibele en direct inzetbare beveiligingsoplossingen voor leegstaand vastgoed. Of het nu gaat om tijdelijke bewaking met slimme camerasystemen of verplaatsbare beveiligingstorens, wij hebben een oplossing op maat voor elk pand en elke situatie. Dankzij geavanceerde technologie, snelle installatie en 24/7 monitoring beschermt Watchtower niet alleen het gebouw, maar ook de gemoedsrust van de eigenaar.

Camerabewaking met AI als wapen in beveiliging van kritische infrastructuur

In een wereld waar geopolitieke spanningen en dreigingen voortdurend toenemen is de bescherming van deze kritieke infrastructuur van essentieel belang.

Energiecentrales, gasleidingen en elektriciteitsnetwerken vormen de ruggengraat van onze moderne samenleving. In een wereld waar geopolitieke spanningen en dreigingen voortdurend toenemen, denk aan Oekraïne en nu ook Israël-Palestina, is de bescherming van deze kritieke infrastructuur van essentieel belang. Een verstoring in deze systemen kan verstrekkende gevolgen hebben voor de economie en de veiligheid. Directe bescherming van deze infrastructuur is dus van een groot belang.

Na het recente incident met de Baltic connector voor gas tussen Estland en Finland, besloot de Letse regering een volledige check te doen op de kritische infrastructuur. Meteen volgde de ‘Joint Expeditionary Force (UK, Denemarken, Finland, Estland, IJsland, Letland, Litouwen, Nederland en Zweden) om de beveiliging van hun kritische infrastructuur onder de loep te nemen.

Naast ideologische motieven, zijn er ook de economische en criminele beweegredenen: recent heeft een Italiaanse bende maar liefst 800.000 liter kerosine gestolen van de NAVO.

De havens hebben zelfs te maken met beide: zowel de terroristische dreiging, maar ook met drugs- en mensensmokkel. De haven van Rotterdam investeert fors in de uitrol van camerasystemen in de strijd tegen criminaliteit.

In augustus dit jaar heeft de UK besloten om hun kritische infrastructuur te beveiligen door middel van camera’s met AI systemen. Dat is exact wat we ook doen met de Watchtower. Onze cameramasten zijn uitgerust met een AI server in de mast, zodat we accuraat detecteren, vals positieve en vals negatieve meldingen horen hiermee tot de verleden tijd. Door deze geavanceerde detectietechnologieën te integreren, kunnen onze masten ongewenste en ongeautoriseerde indringers vroegtijdig identificeren en de meldkamer direct waarschuwen indien nodig.

Dit is geen luxe, maar een noodzaak in een tijdperk waarin de bescherming van kritieke infrastructuur de sleutel is tot het behouden van nationale veiligheid en continuïteit.

(https://wt-security.com/nl-be/kennisartikelen/camerabewaking-met-ai-wapen-in-beveiliging-van-kritische-infrastructuur)

Behandel je (potentiële) leverancier zoals je zelf behandeld wil worden: oproep voor tenderetiquette

Het nieuwe jaar is pas gestart en een heel aantal sectoren draait terug op (over)volle toeren na een Corona dip. Daarmee start ook het ‘tenderseizoen’ opnieuw: heel wat bedrijven gaan op zoek naar nieuwe leveranciers voor hun grondstoffen, onderdelen, materialen of non-core diensten. 

Een pleidooi voor tenderetiquette

Een tendertraject is een intensief proces, zowel voor de opdrachtgever als voor de potentiële leveranciers. Tijdens de pandemie zijn veel lopende contracten tijdelijk verlengd, waardoor er nu een extra druk tenderseizoen aankomt. Bij de start van dit tenderseizoen lanceer ik een oproep voor ‘tenderetiquette’, met drie principes om op een goede manier het tenderproces in te gaan.

Lanceer enkel échte tenders

Het opmaken van een (goede) offerte kost heel wat tijd en geld aan leveranciers. Soms gebeurt het dat een opdrachtgever een tender op de markt plaatst omdat het hoofdkantoor in een ander land of een aankoopafdeling hen daartoe verplicht. De opdrachtgever is heel tevreden over de huidige leverancier en heeft eigenlijk geen intentie of zin om van leverancier te veranderen. Er is op zich ook helemaal niets mis om gewoon bij je leverancier te (willen) blijven als je tevreden bent. Communiceer daar dan transparant over en voorkom dat heel wat potentiële leveranciers in het getouw zijn om een offerte maken, zonder een echte kans om de opdracht binnen te halen. De tender is er met andere woorden louter voor de vorm en de opdrachtgever zal in het gunningsproces sturen op de huidige leverancier. Heel wat verloren tijd en middelen bij de potentiële leveranciers die kon vermeden worden.

Hanteer realistische timings

Een offerte opmaken, is een arbeidsintensief proces met veel betrokken partijen: tender writers, sales, calculatie, operaties, directie, … Een offerte heeft een bepaalde doorlooptijd en -traject in een organisatie: teksten schrijven, lay-out, rekenwerk en goedkeuring door directie. Dat kost tijd om al deze stappen grondig te nemen. Soms stelt een opdrachtgever de deadlines dermate kort, dat alle betrokken diensten in het bedrijf genoodzaakt zijn om over te werken.Soms worden avonden en weekends opgeofferd om de offerte tijdig klaar te krijgen. Het is dan voor deze mensen frustrerend om te zien dat sommige opdrachtgevers na het indienen van de offerte verschillende weken nemen om de offertes te analyseren en te beslissen. 

Vervolgens speelt het timing aspect opnieuw bij de gunning van de opdracht, nl. is er voldoende opstarttijd? Het opstarten van een opdracht is eveneens een complex proces met veel betrokken partijen: de vorige leverancier (overname personeel), het bestellen van materialen, machines en middelen, het rekruteren van bijkomende krachten, … Een te korte opstarttijd zorgt voor veel stress op de operaties en suboptimale kwaliteit.

Lever voldoende informatie en laat vragen toe

De gevleugelde uitspraak “hoe beter de vraag, hoe beter het antwoord” gaat zeker op voor tenders. Hoe meer informatie de opdrachtgever aanlevert, hoe beter en nauwkeuriger de leverancier de offerte en prijs kan opmaken. Als we een correcte prijs voor schoonmaak willen indienen, is het van belang om te weten over welke ruimtes, vloertypes, oppervlaktes het gaat. Bijkomende info zoals niveauverschillen, breedte van gangen, … helpt om een nauwkeurige calculatie te maken. Als er onvoldoende (kwalitatieve) informatie is, gaan de potentiële leveranciers veronderstellingen maken. En veronderstellingen zijn nooit 100% correct. Bijgevolg is een eerlijke vergelijking tussen de leveranciers niet mogelijk: sommige leveranciers zullen te optimistische veronderstellingen maken, daarmee een lagere prijs calculeren, het contract binnenhalen en vervolgens dan de verliezen moeten dragen. Het loont vaak de moeite om te investeren in tender informatie: zaken laten opmeten, grondplannen laten uittekenen, een foto bibliotheek aanleggen van locaties, historische gegevens uit de boekhouding verzamelen, … Een goede kwantiteit en kwaliteit aan tenderinformatie, zorgt voor een eerlijke vergelijking en een correcte prijs.

De aangeleverde informatie kan soms ambigu te interpreteren zijn. Voorzie daarom een vraag- en antwoordprocedure in de tender. Laat ook vragen op verschillende momenten toe, omdat de vragen kunnen rijzen op verschillende momenten in het traject. Een plaatsbezoek kan vaak verhelderend werken. 

Deze principes helpen om een goede offerte neer te leggen en een fair tendertraject op te zetten. En dat is belangrijk, want we willen toch allemaal als onderneming goed behandeld worden?

4 redenen waarom een bewakingsagent het beste vaccin is tegen incidenten

In de exit strategie van de corona maatregelen zal crowd control een sleutelrol spelen. Het versoepelen van de maatregelen brengt terug volk op de been. Daarbij zal het organiseren en reguleren van die mensenstromen in grote bepalen of de versoepelingen een lang leven beschoren zijn. Worden mondmaskers (correct) gedragen op plaatsen waar dat moet? Is de maximale capaciteit van (festival)terreinen, terrassen, cafés, clubs, restaurants bereikt? Houden de bezoekers wel voldoende afstand tussen de verschillende bubbels? Het zijn allemaal elementen van crowd control.

Het toezicht houden op en controle van personen in het kader van veiligheid is een taak die wettelijk voorbehouden is aan bewakingsagenten. Toch zetten sommige ondernemingen of organisaties stewards in, die geen bewakingsagent zijn. Dat leidde al tot incidenten, waarbij bezoekers en steward slaags geraakten.

Het inzetten van bewakingsagenten voor dergelijke taken is niet alleen wettelijk de juiste keuze, maar biedt ook de beste garantie op een veilig en ordelijk verloop van de mensenstromen:

Bewakingsagenten zijn gescreend

Vooraleer iemand toegelaten wordt tot het beroep van bewakingsagent, wordt die grondig gescreend door de veiligheidsdiensten. Als een persoon eerder veroordeeld werd voor een wanbedrijf of misdaad, zoals slagen en verwondingen, zal die niet toegelaten worden.  

Bewakingsagenten zijn getest

De wetgever heeft in het profiel van een bewakingsagent expliciet gesteld dat die moet beschikken over “incasseringsvermogen ten aanzien van agressief gedrag van derden en het vermogen om zich daarbij te beheersen”. Daarvoor wordt vooraleer de agent toegelaten wordt, een psychotechnisch onderzoek afgenomen. Slaagt de kandidaat niet, dan kan die geen bewakingsagent worden.

Bewakingsagenten zijn opgeleid

Een standaard bewakingsagent (exe 10 in het jargon) heeft een opleiding van 139 uur achter de rug. Daar komen onderwerpen aan bod zoals conflicthantering, communicatievaardigheden, ontwijkingstechnieken, gepast reageren bij crisissituaties, … De bewakingsagent is dus opgeleid om situaties te de-escaleren en stelt steeds de veiligheid voorop.

Bewakingsagenten zijn verzekerd

Elke bewakingsonderneming is verplicht om een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Die verzekering dekt verplicht de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van zowel de bewakingsonderneming als de bewakingsagent ten nadele van derden. De wetgever heeft de minimale gedekte bedragen vastgelegd op 2,5 mio euro per schadegeval voor lichamelijke letsels en 750 000 euro voor materiële schade. Dit geeft iedereen dus de zekerheid dat de schade die veroorzaakt zou worden door de bewakingsagent of de bewakingsonderneming, heel goed verzekerd is.

Wil je als organisatie dus zeker zijn dat je mensenstromen op een goede manier geregeld worden, met oog voor de veiligheid en zonder incidenten, kies voor de inzet van een bewakingsonderneming en bewakingsagenten.

Voor meer informatie www.trigion.be

Stop Citroenpers-procurement: pleidooi voor een code verantwoordelijk marktgedrag.

Als de besparingsdrift van de ene, de rendabiliteit van de ander afroomt.

De omzet in facilitaire diensten (catering, schoonmaak en beveiliging) heeft sinds 2009 met een stagnatie te maken. De corona crisis schept op dat vlak weinig perspectief: tijdens corona wordt dienstverlening afgebouwd of zelfs volledig stopgezet, waarbij de facilitaire bedrijven grotendeels voor de achterblijvende kosten opdraaien. Ook na Corona zijn er blijvende effecten: veel bedrijven kondigen aan dat ze het aandeel van telewerken in de totale arbeidstijd zullen opdrijven, wat meteen leidt tot een afbouw van het aantal mensen op kantoor en het aantal vierkante meters kantooroppervlakte.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is WouterOmmeslag6-1024x576.jpg
Ik pleit voor een code verantwoordelijke marktgedrag.

Deze omzetdaling betekent een uitdaging voor de facilitaire serviceproviders. De facilitaire bedrijven hebben al jaren te kampen met lage marges en hebben net volume nodig om gezond rendement te realiseren. Daarbovenop komt de besparingsdrift van vele klanten, ook versterkt door Corona. De markt wil steeds minder betalen voor facilitaire diensten omdat men het nog steeds bekijkt als een loutere kost. Veel klanten in de markt verwachten dat de facilitaire kost jaar-op-jaar moet dalen. Daarvoor worden tenders uitgeschreven waar men soms tot 100% gunt op prijs of worden afspraken afgedwongen om gedurende het contract jaar na jaar besparingsdoelstellingen te realiseren.

Hoewel Corona het belang van goede schoonmaak glashelder maakte, de tendens naar gezonde & duurzame voeding heel hard gaat en iedereen over veiligheid praat, zijn ondernemingen (nog) niet bereid daarin te investeren. Cost over Value.

Het marktvolume daalt en de verkooptarieven staan onder druk, terwijl de kosten om facilitaire diensten te leveren toeneemt. In een facilitair bedrijf zijn tot 90% van de kosten loonkosten. De lonen van de facilitaire medewerkers zijn door indexaties en cao-akkoorden gestegen. Indexaties zijn vaak maar gedeeltelijk door te rekenen aan klanten en vaak zelfs gedurende een bepaalde periode niet door te rekenen. Dan snijdt de index een flink deel van de marge weg. Loonsverhogingen zonder index zijn al helemaal niet door te rekenen.

Een verhoging van de efficiënte, hoor ik u dan denken? Ook dat is geen evidentie. Efficiëntiewinsten worden in veel sectoren gerealiseerd door de inzet van technologie. In de facilitaire sector is de marge daarvoor beperkt. Een schoonmaker maakt schoon en dat is en blijft voornamelijk manuele arbeid. De rek om de schoonmaaksnelheid op te drijven is doorheen de jaren opgebruikt. Er zijn enkele innovaties geweest zoals microvezeldoeken en schrobzuigmachines , maar dan zijn we zowat rond. Voor nieuwe schoonmaakrobotten is er nog geen enkele rendabele business case te maken, buiten enkele uitzonderingen in ideale omstandigheden. Een ander voorbeeld: een bewakingsagent presteert X uur per week op een site om inkomend vrachtverkeer te begeleiden. De taken die de agent vervult, zijn wettelijk bepaald en in dit geval dus onmogelijk te vervangen door technologie. De kost om de dienst te leveren is bijgevolg quasi volledig het loon van de agent, wat vastligt in barema’s. Elke kleine onvoorziene bijkomende kost (bovengemiddelde ziekte bv) doet de marge verdampen.

In Nederland is men hiermee aan de slag gegaan in 2010. De aanleiding was een staking van het schoonmaakpersoneel van maar liefst negen weken voor betere arbeidsvoorwaarden. Hetzelfde probleem stelde zich: de facilitaire bedrijven konden niet ingaan op de eisen van hun personeel, want de marge was al flinterdun en de markt liet geen tariefverhogingen toe. Dit was de aanleiding om een code verantwoordelijk marktgedrag in het leven te roepen: Een initiatief om verantwoordelijk marktgedrag te stimuleren door de klanten met als doel dat iedere uitbesteding van diensten in Nederland winst oplevert voor álle betrokkenen. Na de schoonmaak volgden ook de beveiliging, contractcatering en projectverhuizers.

In de code worden een aantal afspraken gemaakt over hoe een uitbestedingscontract van facilitaire diensten er uit moet zien. Een aantal voorbeelden:

  • Contracten moeten een optimale prijs/kwaliteit nastreven: de kwaliteit staat centraal en prijs/kwaliteit staan in een realistische verhouding tot elkaar. 100% op prijs gunnen is geen goede praktijk.
    
  • De looptijd van het contract tussen opdrachtgever en opdrachtnemer is voldoende zo lang om de doelen van alle betrokkenen redelijkerwijs te kunnen realiseren. Partijen streven naar een hierbij passende, zolang mogelijke contractperiode.
    
  • Bij het bepalen van de prijs en kwaliteit van de opdracht wordt rekening gehouden met de kwaliteit van de te leveren dienstverlening, een gezonde werkdruk, en de gezamenlijke inzet om doelstellingen te realiseren op het gebied van duurzaamheid, innovatie en sociaal beleid.
    
  • Partijen houden zich aan bestaande wet- en regelgeving, de cao, en de eisen van goed werkgeverschap. Als een aangeboden prijs bijvoorbeeld onder of net boven de loonbarema’s van de sector ligt, dan kan dat niet. Dergelijke offertes zouden eigenlijk niet aanvaard mogen worden.
    
  • Gedegen contractmanagement: opdrachtgevers houden bij een contractwijziging rekening met de positie en het welzijn van de betrokken medewerkers van de facilitaire dienstverlener. Contractwijzingen zijn goed gepland met een realistische overgangstijd. Moet de opdrachtgever het contract tussentijds opzeggen of aanpassen, bijvoorbeeld door krimp van de organisatie (of bijvoorbeeld Corona), dan bekijkt deze in samenspraak met de opdrachtnemer welke manieren er zijn om te komen tot een nieuw passend contract.

Deze voorbeelden geven aan wat de geest van de code is: een volwassen win-win situatie. Volgens mij is het moment aangebroken om ook in België over een dergelijke code na te denken. De ongelofelijke inzet en belang van onze facilitaire medewerkers tijdens deze Coronacrisis verdient dat.

Thuiswerk is een werkwoord: nood aan TEST-capaciteit: Technologie, Ergonomie, Sociale contacten en Timemanagement

De Corona maatregelen maken thuiswerk verplicht voor de functies waarvoor dat mogelijk is. Bijgevolg werken heel wat mensen voor het eerst van thuis. Dat lijkt in deze digitale tijd een evidentie, maar dat is het zeker niet. Als het thuiswerk niet goed omkaderd wordt, leidt het tot verlies van productiviteit, vervreemding en burn-outs.

Vooral digitale meetings vormen een uitdaging, want dat waren we tot voor kort niet gewoon. Op de thuiswerkdag – voor zover het al ingeburgerd was – werd vooral concentratiewerk verricht. De nieuwe videovergadercultuur is een uitdaging. Een aantal tips om rekening mee te houden.

Thuiswerk is een werkwoord: Technologie, Ergonomie, Sociale contacten en Timemanagement

Technologie

Een goede technologische opzet is de basis om goed op afstand te kunnen vergaderen. Een aantal onmisbare ingrediënten:


Applicatie: kies de juiste applicatie en zorg dat de medewerkers opgeleid worden over het gebruik ervan. Zet de IT-infrastructuur ook zo op dat meerdere applicaties mogelijk zijn, want je leeft niet op het eiland van je organisatie. Klanten of leveranciers zullen misschien een andere applicatie gebruiken. De laptops of tablets van de thuiswerker beschikken idealiter over alle courante applicaties: teams, zoom, meet, skype, WebEx,… De software is vrij te downloaden, maar de IT-policy moet toelaten om die te installeren.

Accessoires: niets zo vermoeiend als een videovergadering met echo, onverstaanbare deelnemers of veel achtergrondgeluid. De thuiswerkers worden best uitgerust met een headset van goede kwaliteit (ruisonderdrukking). Voor locaties waar meerdere personen toch een ruimte delen op grote afstand van elkaar, is een conference room microfoon en speaker (Jabra, Polycom) een aangewezen oplossing.


Bandbreedte: een huishouden vraagt deze Corona tijden veel meer bandbreedte: vergaderen, online les volgen, video streamen, … Een voor hand liggende oplossing is het internetabonnement upgraden naar een abonnement met grotere bandbreedte. Alternatieven zijn vergaderen met enkel audio of waar mogelijk afspraken maken over alternerend gebruik van applicaties die veel bandbreedte vragen. Zo kan je je netflix series ’s nachts al downloaden zodat overdag vlot kan video-vergaderen terwijl de kinderen offline ‘netflixen’.

Ergonomie

De voorbije jaren werd er in heel wat bedrijven geïnvesteerd in ergonomie: ergonomische stoelen, verstelbare tafels, staan-zit plekken, verstelbare laptophouders, ergonomische audits en workshops,… De thuiswerkplek is echter aan het oog van de ergonoom en preventieadviseur onttrokken. De klachten in nek, pols, rug en ogen die vroeger vaak voorkwamen op de werkvloer, komen nu terug op de thuiswerkplek. Een thuiswerkplek verdient dezelfde ergonomische aandacht als een kantoorplek:
• Waar mogelijk een aparte en afgesloten ruimte zodat de werkplek en de privé-plek. De werkplek is een ‘niet-storen’ ruimte.
• Goed meubilair, dat correct afgesteld is, net zoals op kantoor

Op kantoor lopen we geregeld rond: een kop koffie halen, iets van de printer nemen, langslopen bij een collega. Ook bij thuiswerk is het van belang om het zitten/staan af en toe af te wisselen met even rond te lopen.

Sociale contacten

Het kantoor heeft een uitgesproken sociale functie: als mens om met de collega’s te praten over de reis of de kinderen maar evenzeer ook als organisatie. Het DNA van een organisatie bestaat uit de cultuur en de sfeer tussen de medewerkers. Wandelgangen zijn een efficiënter communicatiekanaal dan het intranet of de mail. De koffiemachine is een sterkere megafoon voor de strategie dan de town hall meetings.

In tijden van telewerken is het belangrijk om ook het informele aspect een plaats te geven. Voor of na de eigenlijke meeting even digitaal bijpraten met de collega’s over koetjes en kalfjes, een digitale after work aperitief organiseren, … Zo blijven de mensen verbonden met de organisatie en krijgt het sociale ook een plaats.

Timemanagement

De digitale meetings kunnen een aanslag betekenen op het timemanagement van de medewerkers. Doordat er geen verplaatsingen zijn (naar een klant, tussen meeting rooms, naar het kantoor), verdwijnen natuurlijke pauzes of rustpunten. Doordat het ‘toch digitaal’ kan, verlaagt de drempel om een meeting te organiseren. Daardoor dreigt de tijdsbesteding aan meetings nog toe te nemen, waardoor er quasi geen tijd meer overblijft voor concentratiewerk of de totale werkbelasting nog stijgt.

Een aantal tips:
• Organiseer een pauze van minstens van 15 minuten tussen twee meetings. Tijd om dringend-belangrijke mails te beantwoorden, de koffie bij te vullen , een telefoontje te doen,…
• Beperk het aantal uur per dag en per week dat je aan meetings besteedt. Zeg dus ook ‘neen’ als de meeting niet relevant genoeg is.
• Reserveer TO-DO blokken in je agenda waarbij je dan niet aanlogt op Teams of Skype

Door de Corona crisis hebben we in sneltempo de transformatie doorgemaakt naar digitaal werken. We zijn daarvan nu de voordelen én de nadelen. Na de crisis zullen we met z’n allen een goed evenwicht vinden tussen offline en online vergaderen. En zullen we lessen getrokken hebben om het online vergaderen efficiënt en goed te laten verlopen. Laat elk nadeel dus daarbij een voordeel hebben.

Corona en kantooroppervlakte: Hoger / Lager?

Wat zal de impact zijn van de Corona crisis op de sector van het kantoorvastgoed? Zullen het aantal vierkante meters krimpen omdat iedereen thuiswerkt of gaan we net bijkomende ruimte nodig hebben om de sociale afstand te kunnen garanderen? Vele bedrijven hebben het financieel moeilijk door de crisis, wat met de kosten voor het kantoor?

Lager

Volgens de ene staat de kantorenmarkt aan de vooravond van een grote crisis. Het aantal verhuurde vierkante meter per werknemer daalt al enkele jaren: enerzijds wordt de oppervlakte per werkplek kleiner door het afbouwen van grotere individuele kantoren ten voordele van landschapskantoren. De oppervlakte van een bureautafel moet stelselmatig vierkante centimeters prijsgeven en nu zien we zelfs ‘workbenches’ die het met minder dan 1m2 per persoon moeten stellen.

Anderzijds is er al enkele jaren een trend naar meer thuiswerk – onder invloed van werk-privé balans en de mobiliteitsknoop – en naar andere werkplekken buiten het traditionele kantoor zoals co-working spaces, werkcafés en start-up incubatoren.

De Corona-maatregelen hebben het thuiswerk een verplicht karakter gegeven, de kantoren werden van de dag op de morgen zo goed als leeg. En dus overbodig? Verschillende bedrijven (onder meer Facebook) kondigde al aan om ook na Corona thuiswerk als norm te hanteren.

De trend lijkt dus het afbouwen van de kantooroppervlakte.

Hoger

Volgens de ander zal de vraag naar kantooroppervlakte net gaan toenemen. Het massale thuiswerken heeft ook de nadelen ervan naar boven gebracht: veel mensen staan te springen om terug naar kantoor te komen. Werknemers missen het sociaal contact, bepaalde vergaderingen of moeilijkere gesprekken zijn niet goed te organiseren via videoconferentie, de thuissituatie of buurt leent zich niet tot thuiswerk etc. Werkgevers langs hun kant merken een lagere betrokkenheid van hun werknemers bij het bedrijf.

De afstandsmaatregelen van de overheid maken dat de dichte bezetting van landschapskantoren niet meer haalbaar is. De bevolkingsdichtheid van het kantoor moet terug iets naar omlaag en dus meer ruimte per medewerker.

En nu?

Thuiswerken is een blijver, maar de waarde van een kantoor als sociaal gebeuren en werkomgeving is (her)ontdekt. De beide zijn nuttig, nodig en complementair. Het kantoor wordt de professionele variant van een café of koffiebar. Je komt er niet elke dag, de focus ligt op het sociale en de ene komt er meer of minder dan de andere. Het kantoor als stamcafé bindt de werknemer ook met de onderneming.

Een ding is duidelijk: de corona crisis zal bedrijven doen nadenken over hun ruimtegebruik. Een aantal vragen die zicht stellen:

  • Hoeveel ruimte heb ik nodig? Het antwoord op die vraag bekom je best door een grondige analyse: bevraag de werknemers hoe vaak ze zouden willen thuiswerken? Wat is de huidige reële bezetting? En zijn daar grote piek- of dalmomenten in waar de capaciteit net veel te ruim of te krap is? Hoe gaan we het functioneren en de output van de medewerkers meten en managen? Wat wordt het thuiswerkbeleid?
  • Hoe richten we onze ruimte in? Ook dat vraagt het nodige studie- en denkwerk. Hoe zit de bezetting van de verschillende categorieën ruimtes (vergaderzalen, stilte plekken, informele plekken,…) nu? Hoe richten we het kantoor in zodat het voldoet aan de (sociale) behoeften en tegelijk veilig is naar de sociale afstand?

De kosten niet vergeten

De reductie in kantooroppervlakte is vaak ingegeven vanuit een kostenreductie perspectief. Het reduceren van de vierkante meters kan soms echter de productiviteit doen dalen. Het is daarom raadzaam om ook andere pistes te verkennen:

  • Betaal je niet te veel huur voor je oppervlakte? Een benchmark kan daar inzicht in brengen
  • Betaal je niet te veel voor de exploitatie van je kantooroppervlakte (schoonmaak, catering, onthaal, beveiliging,…). Ook daar kan een inzicht in de contracten en kosten een besparing opleveren
  • De exploitatie van je kantoor onderbrengen bij een integrale (IFM) partij onderbrengen, creëert synergiën tussen de verschillende diensten. Het clusteren van aankoopcontracten (kantoormateriaal, waterfonteinen, koffie,…) bij de IFM leverancier valt daarbovenop vaak goedkoper uit door de schaalvoordelen.

Wat de kantoormarkt precies zal doen is niet te voorspellen. Het post-corona tijdperk is evenwel het uitgelezen moment voor bedrijven om over hun vastgoedvraagstukken na te denken.

COVID: 5 vaststellingen in de crisis. Continuïteit, Overheid, Vitale sectoren, Internationalisering en Digitalisering.

De impact van de Corona / COVID crisis op het maatschappelijke leven is momenteel nog niet in te schatten, zowel op de korte als de langere termijn. Met een beetje afstand zien we wel al 5 belangrijke vaststellingen en lessen.

Continuïteit: Tot de coronacrisis wat de continuïteitsplan iets voor heel grote multinationale bedrijven, nutsvoorzieningen of de openbare sector. Deze crisis heeft veel grote en middelgrote bedrijven doen inzien dat eigenlijk elke organisatie een plan moet hebben voor als het misgaat. Een zogenaamd “Black Monday” plan. Zo’n plan moet maatregelen bevatten die zowel de operationele als de financiële continuïteit van een organisatie borgen. Operationele continuïteit ligt in mensen, processen en systemen:

  • Mensen: zorg dat de kennis over de essentiële processen voldoende toegankelijk is, zodat mensen snel kunnen invallen voor afwezige collega. Dat er voor elke cruciale functie, minstens  één back-up persoon is met de nodige kennis en competenties om in te vallen indien nodig. Dit impliceert dat alle processen goed gedocumenteerd zijn, de documentatie helder geordend is en alles toegankelijk op gedeelde mappen.
  • Processen: het is belangrijk om de bedrijfsprocessen in kaart te hebben en daarbij de “crucial links”, de cruciale schakels, te identificeren. Welke processen maken dat het bedrijf operationeel kan blijven? Maak een lijstje. Deze processen verdienen bijzondere aandacht en een beoordeling of ze voldoende robuust zijn. Is de aanvoer van een bepaalde grondstof cruciaal voor de productie? Dan is een strategische voorraad aangewezen. Is een bepaalde machine essentieel voor het productieproces? Zorgen voor een bijstandscontract en eventueel reserve onderdelen.
  • Systemen: elke crisisbestrijding leunt op de beschikbaarheid van informatie- en communicatiesystemen. Deze systemen moeten zo opgebouwd zijn dat ze ook in crisistijden operationeel blijven: is er voldoende kennis aanwezig in het bedrijf om ze in de lucht te houden? Zijn er voldoende failsafe en redundanties ingebouwd? En zijn er eventuele alternatieven als een van de systemen toch uitvalt? Bedenk die plannen op voorhand, zoals je bijvoorbeeld als Whatsapp groepjes hebt voor mocht de e-mail uitvallen. Want in een crisis telt elke minuut.

Overheid: in geval van een crisis moet de overheid handelen: de veiligheid & gezondheid garanderen, de nutsvoorzieningen operationeel houden, … Dit vraagt een slagkrachtige overheid. Die mag niet te “vet” staan waardoor allerlei bureaucratie een efficiënt crisisbeheer in de weg staat. De overheid mag ook niet te “mager” staan, zodat ze voldoende resources heeft om in te zetten tegen de crisis. Dit evenwicht is zeker een maatschappelijk debat waard. De overheid moet over voldoende middelen beschikken, efficiënt georganiseerd zijn en over goeie mensen beschikken die in een crisis kunnen leiden. Leiden, zowel vanuit de politiek als bij de ambtenarij. Dat vraagt dat deze mensen correct behandeld worden en correct handelen. Geen bagger op sociale media, maar dan ook transparante en correcte informatie. Een correcte verloning, maar dan ook geen postjespakkerij en (politieke) benoemingen.

Vitale sectoren: de Corona crisis heeft duidelijk getoond dat bepaalde sectoren (zowel proft als non-profit) (veel) crucialer zijn dan andere. In tijden van crisis draait het om communicatie, transport, beveiliging, gezondheidszorg, schoonmaak, afvalverwerking, voedselproductie, de retail, … De echte ruggengraat van de maatschappij. Ik heb geen ondernemer, laat staan een burger, horen klagen dat de ‘brand activation consultant’ voor een nieuwe missie te formuleren het liet afweten. Laat het dan toch bijzonder ironisch zijn dat net op die sectoren bespaard werd (non-profit) of de marges zwaar onder druk kwamen (profit) de voorbije jaren. Dit is zeker ook van toepassing op de facilitaire sector: jarenlang was het ‘maar’ een ondersteunend proces waarop zeker nog wat bespaard kon en moest worden. Het belang van schoonmaak en beveiliging is essentieel gebleken. Om elke keten van grondstof-productie-consument in stand te houden, is transport nodig. Al jaren verdwijnen de lokale bedrijven omdat ze prijzenslag met buitenlandse transporteurs niet kunnen winnen. Transport is een ‘non-core’ kost, die naar beneden moet. Tot het er niet meer is. Hopelijk stopt men de race to the bottom nu op deze dienstverlening. En uiteraard in de eerste plaats voor de gezondheidszorg.

Internationalisering: het afbouwen van de productiecapaciteit in eigen land / regio maakt ons meer kwetsbaar. Van zodra iets in de keten hapert, ontstaat er schaarste. Dat het stilvallen zijn van de productie om welke reden dan ook, maar ook het sluiten van grenzen of het doorsnijden van de logistieke keten (een storm maakt scheepvaart onmogelijk, een vulkaan het vliegverkeer, …). De aanwezigheid van productiecapaciteit van vitale producten en goederen (voeding, medicijnen, medisch materiaal) dicht bij huis, is essentieel om een crisis het hoofd te bieden.

Digitalisering: Een crisis brengt vaak een beperking van fysiek contact of verplaatsing met zich mee. Nu hebben we te maken met een virus, maar ook bijvoorbeeld met de oliecrisis moesten verplaatsingen beperkt worden. Dat kan zich ook voordoen door een tekort aan bv elektriciteit of klimatologische omstandigheden (denk aan een plotse sneeuwstorm en koudegolf, heel België staat stil). Een doorgedreven digitalisering maakt een organisatie robuuster. Communicatietools zijn daar zeker een onderdeel van (videoconferentie, Teams, Slack etc), maar ook het digitaal uitwisselen en verwerken van documenten verdient een plaats: contracten digitaal tekenen en naar klanten of opdrachtgevers versturen. Het sturen vanop afstand hangt ook samen met de productieketen en het facilitaire: zorgen dat machines, beveiligingssystemen, verwarmingen/koelingen etc vanop afstand aan te sturen zijn.

Laten we hopen dat deze crisis, die veel gevraagd heeft van heel veel mensen, ons toch wat inzichten gebracht heeft waar we na de crisis mee aan de slag kunnen.

FM Magazine: Workplace As A Service

YOUNG IFMA  FM Magazine 17 – maart 2019

WaaS: Workspace as a Service

1436487710155197373284008239853666455280220n300dpi.jpg

Er is een duidelijke tendens van ‘bezit’ naar het gebruik van een ‘service’. De ICT-wereld was eerst: waar je vroeger een licentie kocht tegen een eenmalige betaling voor je Office-pakket, is dat nu een abonnement. Intussen zijn de voorbeelden legio, ook in de facilitaire wereld: kopieertoestellen koop of je lease je niet meer, je betaalt een prijs all-in per pagina. Koffieapparaten kan je ook al per geleverde kop betalen: machine, koffie, beker, all-in. Inloopmatten huur je, omwisseling en reiniging incluis.

Ondernemingen hebben steeds minder assets op hun balans staan en betalen per gebruik als kosten op de resultatenrekening. De evolutie wordt gedreven door de stijgende nood aan flexibiliteit. Dit leidt tot een split in twee types ondernemingen: asset companies en operating companies. De asset companies hebben een hoge nood aan kapitaal en hebben een lange levensduur. De operating companies – zeker in de technologie – werken vooral op intellectueel kapitaal en zijn veel minder lang actief. In de VS bestaat een IT-bedrijf gemiddeld 7,2 jaar. Dit leidt ertoe dat het ‘as a service’-model ook naar de facilitaire en vastgoedwereld komt.

Inspelen op snel veranderende noden

De start-up op de spreekwoordelijke zolder heeft tijdens de eerste maanden geen kantoor nodig. In het derde jaar is het bedrijf al matuur, stelt het twintig personen tewerk en in het vijfde jaar zijn dat er 100 geworden. Dan koop je geen bedrijfspand, ga je zelfs niet huren. De noden veranderen daarvoor te snel. Daarom kijken steeds meer jonge bedrijven naar ‘Workspace as a Service’: je betaalt flexibel voor het gebruik van een werkplek.

In een dergelijk concept spelen de facilitaire diensten een cruciale rol. De concurrentie tussen de verschillende aanbieders van werkplekken zal zich – naast de prijs uiteraard – afspelen rond twee aspecten: de werkplek op zich en de bijkomende diensten die ze kunnen leveren. Op het vlak van de werkplek komen zeer diverse facilitaire aspecten aan bod: is het schoon, welke diversiteit is er aan type werkplekken, is er goede koffie, werken alle technische voorzieningen naar behoren,.. Daarnaast zijn er de bijkomende diensten: is er een vriendelijk en professioneel onthaal, kan je je strijk er achterlaten, boodschappen en overige bestellingen laten bezorgen, is er voorzien in een lekker & duurzaam cateringaanbod,..

Differentiatie door service

Professionele activiteiten en privé zijn niet langer strikt gescheiden. Deze evolutie zal dus het belang van facilitaire diensten, het vakgebied en de Facility Manager doen toenemen.

Een toekomst om als jonge facilitaire professionals naar uit te kijken. Wij staan nu aan het begin van de facilitaire (r)evolutie, een punt waar het ICT-vakgebied begin de jaren ‘90 stond. Klaar voor facility-dot-com?

Wouter Ommeslag

Directeur Facilicom Solutions

Bestuurslid Young IFMA